Prachtig GGD inspectierapport 2016!

Prachtig GGD inspectierapport 2016!



Op 12 januari 2016 heeft de jaarlijkse GGD inspectie plaatsgevonden. We zijn trots op het mooie inspectierapport dat de GGD gepubliceerd heeft.

Bekijk het GGD Inspectierapport van 2016 in Beeld


GGD Inspectierapport 2016 - Kinderdagerblijf De Elsen Almere



Download het volledige GGD inspectierapport van 29 januari 2016.


Hieronder volgt een korte samenvatting van de observaties en conclusies uit het rapport:


De observatie van het pedagogisch handelen vond plaats op kinderdagverblijf De Elsen op een
dinsdagochtend. De babygroep en peutergroep zijn beiden geopend. Er heeft op beide groepen een observatie plaats gevonden.

Pedagogische praktijk

De houder draagt zorg voor uitvoering van het pedagogisch beleidsplan.
Observatie: De beroepskrachten handelen volgens de uitgangspunten en werkinstructies in het pedagogisch beleidsplan.
Conclusie: Voor de uitvoering van het pedagogisch beleidsplan wordt voldoende zorg gedragen.


De houder draagt zorg voor het waarborgen van emotionele veiligheid.
Er heerst een ontspannen, open sfeer in de groep.
Observatie: Er is een dagschema op de peutergroep met dagelijkse routines en activiteiten in een herkenbare en vertrouwde volgorde. Het biedt houvast voor kinderen. Een kind op de peutergroep dat daar net gestart is krijgt de gelegenheid om dicht bij de beroepskracht te zitten en vanaf die plek mee te doen met de groep.
In de babygroep praten de beroepskrachten op vriendelijke toon met de kinderen. Tijdens het naar bed brengen van een baby heeft de beroepskracht haar aandacht volledig bij het kind en zegt ze wat er gaat gebeuren.

De beroepskrachten kennen ieder kind in de groep; ze kennen hen bij naam en weten persoonlijke bijzonderheden (bv karakter, slaapritueel, allergieŽn). In het contact met het kind wordt die kennis gebruikt.
Observatie: De beroepskrachten overleggen veelvuldig met elkaar. Een baby huilt bij het slapen gaan. Beroepskrachten bespreken met elkaar dat ze het kind 5 minuten laten huilen omdat ze zich
meestal in slaap huilt.
Een kind dat in de peutergroep een liedje mag kiezen om te gaan zingen heeft moeite om te kiezen. De beroepskracht geeft een paar voorbeelden. "Deze liedjes vind je meestal erg leuk om te zingen. Zullen we er daar 1 uit kiezen?"

Conclusie: De emotionele veiligheid wordt voldoende gewaarborgd.


De houder draagt er zorg voor dat de kinderen de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling van persoonlijke competentie te komen.
Er is wederzijdse interactie tussen beroepskrachten en individuele kinderen.

Observatie: De beroepskrachten en de kinderen waarderen elkaars aanwezigheid door samen te praten, naar elkaar te luisteren, plezier te maken, ervaringen te delen.
Op de babygroep zitten de kinderen samen op een speelkleed ze maken geluiden tegen elkaar.
In de peutergroep zijn er volop gesprekken tussen de kinderen. De beroepskrachten observeren en
betrekken ook de rustigere kinderen bij het gesprek.

Het programma bestaat uit vrij spel en gestructureerde activiteiten. De activiteiten zijn gevarieerd
en stimuleren diverse ontwikkelingsgebieden.
Kinderen hebben er plezier en zin in; zij voelen zich uitgedaagd (exploratie). Ieder kind krijgt leer-/ervaringskansen.

Observatie: Op de peutergroep hebben de kinderen een deel van de ochtend een programma met structuur; samen drinken, zingen, voorlezen. Daarna krijgen de kinderen de gelegenheid tot vrij
spel. Het speelgoed staat binnen het bereik van de kinderen. Beroepskrachten zijn op dit moment aanwezig in de groep en observeren de kinderen. Waar nodig helpen ze de kinderen bij het vrij
spel.

Conclusie: Het ontwikkelen van de persoonlijke competentie wordt voldoende gewaarborgd.


De houder draagt er zorg voor dat de kinderen de mogelijkheid krijgen om tot ontwikkeling van sociale competentie te komen.
De kinderen zijn deel van de groep.
Observatie: De beroepskrachten dragen uit en leven voor, dat de inbreng van alle kinderen en henzelf ertoe doet in de groep.
Observatie; Kinderen die later binnenkomen worden vriendelijk begroet; "Wat gezellig dat je er weer bent" Kinderen die minder op de voorgrond treden worden bewust bij de groep betrokken, of
de beroepskracht maakt even oogcontact.

De beroepskrachten betrekken groepsgenootjes bij de baby's, en andersom.
Observatie: Een peuter heeft een jonger zusje in de babygroep. De peuter kan de babygroep zien vanuit de sanitair ruimte en kijkt. De beroepskracht vraagt of hij zijn zusje zoekt. Dat klopt. De beroepskracht zegt dat het zusje slaapt maar dat hij later op de dag weer langs mag komen om even bij zijn zus te kijken. De peuter wil dit graag en gaat weer spelen.

Conclusie: Het ontwikkelen van de sociale competentie wordt voldoende gewaarborgd.


De houder draagt zorg voor de overdracht van normen en waarden.
De beroepskrachten geven ruimte aan kinderen om bij (sommige) activiteiten aan te geven waar hun voorkeur naar uitgaat. Zij krijgen taken en inbreng om programmaonderdelen uit te voeren.
Ieder kind krijgt naar eigen vermogen de kans om hierin te delen.

Observatie: Kinderen dragen bij aan de invulling van de activiteiten. Bijvoorbeeld kiezen hoeveel
en welke liedjes gaan we zingen. Een kind mag de koekjes uitdelen aan de groep.
Hierbij is de beroepskracht alert op de gemaakte afspraken en waar nodig helpt ze de kinderen hier
aan herinneren op een vriendelijke toon. Bijvoorbeeld niet staan op de banken of elkaar uit laten
praten.

Conclusie: Het ontwikkelen van normen en waarden wordt voldoende gewaarborgd.


De houder heeft het vierogenprincipe overeenkomstig zijn pedagogisch beleidsplan ingevoerd.
Het vier-ogenbeleid staat helder beschreven. Onder andere "Tijdens verschoonrondes van beide groepen staan de deuren van de natte ruimte open en is er veel activiteit van meerdere personen in deze ruimte. Indien iemand alleen in de natte ruimte is om een kindje te verschonen en de deur is gesloten, dan is controle mogelijk via de ramen in de deuren. Tevens bevindt zich een raam in de muur naast de aankleedkussens."
Dit wordt herkend in de praktijk door de toezichthouder. Tevens zijn er op beide groepen 2 beroepskrachten aanwezig.

Conclusie: Het vierogenprincipe is overeenkomstig met pedagogisch beleidsplan ingevoerd.




Gebruikte bronnen:
- Interview houder en/of locatieverantwoordelijke (mw. E. Damveld, houder)
- Interview anderen (Beroepskrachten)
- Observaties
- Pedagogisch beleidsplan (De Elsen jan. 2015 (inclusief protocol wennen en protocol vierogenbeleid))


Kinderdagverblijf De Elsen - Kinderopvang Almere - Impressie van de locatie

Ons Kinderdagverblijf in Almere is gevestigd op een prachtige en goed bereikbare locatie naast een stadsweide. (3 minuten vanaf afrit Noorderplassen, Hogering vindt u ons Kinderdagverblijf)
De tuin van onze dagopvang grenst aan deze stadsweide waar paarden, pony's en andere boerderijdieren grazen.
Via onderstaande Google Maps straatweergaven kunt u zelf een kijkje nemen op de prachtige locatie van onze kinderopvang in Almere!


Voorzijde KDV
- Het mooie en opvallende gebouw van het Kinderdagverblijf biedt ruimte aan 26 kinderen.
Klik om rond te kijken aan de voorkant van ons Kinderdagverblijf Almere
Grotere kaart weergeven
Achterzijde KDV
- De tuin van de kinderopvang grenst aan een stadsweide in Almere.

Klik om rond te kijken op aan de achterkant van ons Kinderdagverblijf Almere
Grotere kaart weergeven